Werkproef voor het bekomen van de titel van Belgisch Schoonheidskampioen.

Doel:

Eigenaars van honden die er naar streven om hun hond Belgisch Schoonheidskampioen te maken een betere en ruimere gelegenheid bieden om de vereiste werkproef af te leggen.

Selectievoorwaarden en modaliteiten:

  • De honden in aanmerking willen komen voor deze proef behaalden voor de dag van de inschrijving van de desbetreffende veldwedstrijd minimum reeds één CACB of CACIB op een Belgische tentoonstelling.

  • Wanneer zich meerdere kandidaten aandienen zal er voorkeur gegeven worden aan deze honden die nog uitsluitend een kwalificatie nodig hebben op een werkproef om zo Belgisch Schoonheidskampioen te worden.

  • De honden die voor deze werkproef geselecteerd worden zullen onder een aparte vermelding buiten het wedstrijdprogramma opgenomen worden met de vermelding dat deze honden die dag aanwezig zijn om deze werkproef af te leggen.

  • Er kunnen maximum 2 honden per wedstrijd deelnemen.

  • De inschrijving kan zowel op een CAC, CACIT, als een veldwedstrijd voor amateurs gebeuren, op voorwaarde dat minstens één Belgische keurder aanwezig is, die deze proef kan afnemen.

Inhoud van de proef:

Tijdens het ganse verloop van de proef zal de keurder beoordelen of de betreffende hond voldoet aan de basisvoorwaarden die aan een retriever in het jachtveld mogen gesteld worden.

  • De hond zal minstens 1 drift aangelijnd op post moeten zitten of gedurende een bepaalde tijd in de linie aan de voet moeten gaan. (Afhankelijk van het soort wedstrijd). Gedurende deze periode zal de keurder vooral oog hebben voor het postgedrag zoals dit in het Belgische veldwedstrijdreglement voor Amateurs beschreven staat.

  • Na de drift (of tijdens het gaan aan de voet) zal de hond een aantal apporten moeten uitvoeren. Over het totaal van het aantal apporten zullen de basiseisen die bij het werk van de retriever horen aan bod dienen te komen. Dit met bijzondere aandacht voor marking, het zelfstandig zoeken en een correcte wildbehandeling.

  • Het is de keuze van de keurder om te bepalen of de betreffende hond kwalitatief en kwantitatief voldoende werk heeft verricht om hem de vereiste kwalificatie (Goed, Zeer Goed of Uitmuntend) te geven. Doch dient het zo te zijn dat men de gestelde eisen in voldoende mate heeft kunnen beoordelen.

De kwalificatie zal dus zeker onderwerp uitmaken van meerdere apporten waarbij minimum één van deze zal moeten geschieden vanuit diep water.
Bij dit laatste apport zal ook weer aandacht geschonken worden aan de normen zoals deze vermeld staan in het Nationaal veldwedstrijdreglement voor Amateurs.
Bij gebrek aan gelegenheid om het apport uit diep water te testen tijdens het verloop van de wedstrijd is het toegestaan dit apport laten uit te voeren met koud wild na de wedstrijd.

(Aanvaard door de Kynologische Raad voor een proefperiode van 2 jaar - 12/03/2005 en bevestigd door de Kynologische Raad op 25/08/2007)

Nederlands